Het korte en technische antwoord is dat we een combinatie van impactverhalen en inputindicatoren gebruiken.

Impactverhalen beschrijven de veranderingen die in iemands leven, een gezin of in een gemeenschap hebben plaatsgevonden. De Bijbel is er vol mee. In de context van Interserve zijn deze verhalen gerelateerd aan de inzet van een Partner of On Tracker. Impactverhalen horen thuis in kwalitatieve monitoring en evaluatie.

Omdat uitgezonden werkers binnen allerlei verschillende soorten projecten werken is het niet mogelijk om een uniforme wijze van kwantitatieve impactmeting te ontwikkelen. Bijvoorbeeld, sommigen leren een beroep en vinden een baan, anderen leren hoe zij voor hun gehandicapte kind kunnen zorgen zodat deze participeert in allerlei activiteiten en zich meer gelijkwaardig voelt. Β Wat elke inzet gemeenschappelijk heeft is een doelstelling dat mensen ontmoetingen met Jezus hebben en Hem gaan volgen. Wij vinden het echter onwenselijk, onethisch en onveilig om gegevens hierover te verzamelen. Als gevolg hebben we geen instrumenten beschikbaar voor kwantitatieve monitoring en evaluatie die uniform toepasbaar zijn voor alle uitgezonden werkers.

Interserve plaatst Partners en On Trackers vanuit de verwachting dat zij bij zullen dragen aan ontmoetingen met Jezus en veranderingen in levens en gemeenschappen. In het kort is dit onze Theory of Change. Wat we daarom wel bijhouden is hoeveel mensen jaarlijks zijn uitgezonden en hoeveel cumulatieve uitzendmaanden er zijn in een jaar. We gebruiken dus de inputmonitoring als een proxy voor impactmonitoring en vullen dit aan met impactverhalen.

gocha-szostak-isu1u2U0f8I-unsplash